Het slipje

 

Ik ben op weg naar de drumwinkel. M’n bruine krullende haren waaien door de wind. Op weg naar de drumwinkel, zie ik het huis van mijn vriendin. Ik kijk door het raam en zie haar staan. Haar raam staat ietsje open. ‘Maartje!’, roep ik. Ze ziet me niet. ‘Maartje!’ Ze ziet me nog niet. ‘Maartje!’

‘Oh, hey’, zegt ze met enige verbazing.

Ik loop om naar de deur van het appartementencomplex die open staat en loop de betonnen trap op en wacht tot Maartje daar de deur open voor me doet.

‘Heeey’, zegt Maartje.

‘Heeey’, zeg ik. ‘Wat zie je er mooi uit’, zeg ik.

‘Oh dit’, zegt Maartje.

Ik loop de gang in, richting het appartement van Maartje.

‘Het is wel een zooitje hoor’, zegt ze.

‘Het ruikt lekker’, zeg ik.

‘Vind je?’, zegt Maartje.

Maartjes appartement is klein. Er staat in een ruimte een keuken, een kledingkast, een kast, een eenpersoonsbed en een eettafel met stoelen. Ze heeft nog net ruimte voor een stoeltje met een klein rond tafeltje. Ik ga op die stoel zitten, naast de was die midden in de kamer staat. Maartje gaat tegenover me zitten op het bed.

‘Heb je thee?’

‘Ja’, zegt Maartje en loopt naar het aanrecht om de waterkoker aan te zetten. Daarna gaat ze weer op bed zitten.

Ze vertelt me over haar vriend.

‘Nou wat ie laatst deed, vond ik echt niet leuk…’

Na een tijdje vraag ik: ‘krijg ik nog thee?’

‘Oh, ja natuurlijk’, zegt ze met een schaamtevolle lach.

Ze schenkt thee voor ons in terwijl ze door gaat met praten.

‘Wat voor thee heb je?’

Ze lijkt me niet te horen.

Ze stopt theezakjes in het hete water en ik ruik dat het heel kruidig is.

‘Oh, dat is wel heel kruidig he’, zeg ik, ‘ik weet niet of ik dat wel lekker vind’.

‘Oh’, zegt ze, ‘het is hele lekkere thee’.

Ik pak mijn kopje thee en zet het op de ronde tafel naast mij en kijk naar de was voor mij. Wat een boel slipjes hangen eraan. Met kant in allerlei kleurtjes.

‘Wil je zo mee even een cadeau halen?’, vraagt Maartje.

‘Ja, is goed’, zeg ik, ‘ik wil ook nog even bij de drumwinkel kijken’, zeg ik.

‘Ja, is goed’, zegt Maartje.

We trekken onze jassen aan en Maartje pakt een tas waar een mooie gouden uitstekende ronde sluiting op zit.

Ik loop de gang in en sta bij de deur bovenaan de trap te wachten. Dan komt Maartje ook haar deur uitgelopen.

Ik begin keihard te lachen. Zo hard, dat ik op de grond ga zitten en niet meer bijkom. De tranen staan in m’n ogen.

‘Wat is er?’, vraagt Maartje en kijkt om zich heen.

Ik kan niks uitbrengen en lach alleen maar. Zal ik het haar vertellen?

‘Hahahahahaha!’

‘Wat is er?’, vraagt Maartje.

‘Hahahahahaha!’

‘Zo heb ik je nog nooit gezien’, zegt ze.

‘Er hangt een slipje aan je tas’, zeg ik.

‘Oh’, zegt ze. Ik zat nog te kijken of ik m’n jas in m’n broek had gedaan ofzo’.

‘Hahaha! Ik twijfelde nog of ik ’t je zou zeggen, maar ik zou je niet zo naar buiten laten gaan’, zeg ik.

‘Nou dat is maar goed ook’.

‘Hahahaha!’

‘Ha-ha-ha-ha-ha’, en Maartje doet mijn lach na.

Daarna gaan we samen naar de drumwinkel, zonder slipje.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s